Toerusting en vorming

Als school zijn we natuurlijk allereerst een onderwijsinstelling. We hanteren de voorgeschreven kerndoelen en exameneisen als leidraad voor onze onderwijsinhoud. Dat moet goed zijn. De overheid stelt die doelen vast en daarop worden we beoordeeld. Maar als reformatorische school willen we méér dan alleen onderwijsinstelling zijn.

De school heeft daarom een belangrijke taak als mede-opvoeder. Het is belangrijk dat onze leerlingen hun christelijke overtuiging leren verwoorden. Daar proberen wij ze voor toe te rusten. We willen onze leerlingen voldoende bagage meegeven om als christen te leven en om als christen zelfstandig te functioneren en keuzes te maken.

In het havo/lyceum en tto denken we dan aan intellectuele bagage. Hoe gaan we om met wetenschap en geloof, met moderne kunst-, literatuur- en cultuuruitingen. Hoe kunnen we verantwoord gebruik maken van de moderne communicatiemedia en hoe leren we grenzen te stellen in het omgaan daarmee. Het doorgronden van de genotscultuur van vandaag komt aan de orde bij thema’s als seksualiteit, sport en muziek. Apologetiek en filosofie zijn gebieden waarin het diepere doordenken van de christelijke wereldbeschouwing kan leiden tot verwondering en verinnerlijking van het geloof.

In het vmbo is de toerusting en vorming meer praktisch gericht. Hoe maak ik keuzes in mijn leven van elke dag, hoe gedraag ik mij op de werkvloer en hoe verwoord ik mijn keuzes richting onkerkelijken? Toerusting en vorming vindt vooral plaats in de reguliere lessen. De vakken godsdienst, maatschappijleer, Nederlands, biologie en de expressievakken lenen zich daar uitstekend voor, maar ook andere vakken zijn niet ‘neutraal’: het christelijk leven bestrijkt alle aspecten van ons mens-zijn.

Elke dag beginnen we met het lezen uit de Bijbel. Ook dit is een moment van bezinnen. Daarnaast zijn activiteiten als studiedagen, projecten, debatten, excursies en werkweken vormend. 

Na het verlaten van onze school vragen wij onze oud-leerlingen te reflecteren op onder andere toerusting en vorming. De punten die hieruit naar voren komen, gebruiken wij om ons programma te verbeteren en om het programma zo dicht mogelijk te laten aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen.